Investeren en financieren: waar horen afschrijving, rente en aflossing in je begroting?
Een investering raakt je resultaat en je bankrekening op verschillende momenten. Uitleg met rekenvoorbeeld van lineair versus annuïtair aflossen, de investeringsbegroting, financieringsbegroting, KIA en hoe je alles in je begroting en prognose verwerkt.

Je koopt een machine van € 50.000, financiert die met een lening en schrijft hem over vijf jaar af. Wat gebeurt er nu met je resultaat en wat met je bankrekening? Het antwoord is dat die twee niet gelijk oplopen, en wie dat niet begrijpt, wordt verrast: een winstgevend jaar kan een kasgat opleveren, en een verliesgevend jaar kan juist cash genereren.
In dit artikel zetten we op een rij hoe een investering, de afschrijving, de rente en de aflossing zich elk anders gedragen. We kijken naar de investerings- en financieringsbegroting, rekenen een lening door en laten zien hoe je het in je begroting en liquiditeitsprognose zet.
Investeringsbegroting: wat heb je nodig?
Volgens Ondernemersplein (opent in een nieuw tabblad) staat in een investeringsbegroting hoeveel geld je nodig hebt voor bedrijfsmiddelen zoals machines, computers, een bedrijfsauto of een website. Het gaat om eenmalige aankopen van bedrijfsmiddelen die je langer dan een jaar gebruikt, meestal vanaf € 450 per stuk exclusief btw. Kleinere uitgaven of snel verbruikte zaken zijn gewone kosten.
De begroting kijkt meestal één tot drie jaar vooruit en deelt de bezittingen in vaste activa (zoals een machine, auto of computer) en vlottende activa (zoals geld op je rekening of voorraad). Je hebt hem vaak nodig als je uitbreidt, financiering of subsidie aanvraagt, of gebruik wilt maken van investeringsaftrek bij de Belastingdienst.
Financieringsbegroting: hoe betaal je het?
De investeringsbegroting laat zien wat je nodig hebt. De financieringsbegroting (opent in een nieuw tabblad) laat zien hoe je dat betaalt. Daarvoor zijn twee bronnen:
- Eigen vermogen: geld dat je zelf in het bedrijf stopt, zoals spaargeld of bedrijfsmiddelen die je al hebt. Ook achtergestelde leningen kunnen soms meetellen.
- Vreemd vermogen: geld dat je leent van banken of leveranciers. Kortlopende schulden betaal je binnen een jaar terug (rekening-courant, leverancierskrediet, openstaande belastingen), langlopende schulden in meerdere jaren (een lening voor bedrijfsmiddelen).
De verhouding tussen die twee heet solvabiliteit (opent in een nieuw tabblad): het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen. Ondernemersplein noemt dat banken van een startende ondernemer meestal minimaal 30% eigen vermogen verwachten, in sommige branches zoals de horeca oplopend tot 50%. Een hoger aandeel eigen geld verkleint het risico voor de bank en verbetert vaak je voorwaarden.
Wil je een lening aanvragen, begin dan met zakelijke lening of financiering aanvragen (opent in een nieuw tabblad), het stappenplan voor financieel inzicht (opent in een nieuw tabblad) en de financieringsgids van de KVK (opent in een nieuw tabblad). Financiers letten op de samenhang tussen je begrotingen, dus zorg dat je cijfers logisch op elkaar aansluiten.
Vier begrippen, vier verschillende effecten
| Begrip | Raakt je resultaat? | Raakt je bankrekening? | Waar in de begroting? |
|---|---|---|---|
| Investering (aankoop) | Niet direct, alleen via afschrijving | Ja, volledig bij betaling | Investeringsbegroting en liquiditeit |
| Afschrijving | Ja, elk jaar een deel | Nee | Resultaat, onder EBITDA en boven EBIT |
| Rente | Ja | Ja | Resultaat, onder EBIT en boven EBT |
| Aflossing | Nee | Ja | Alleen in de liquiditeit |
Aflossing is vooral verraderlijk: het is geen kostenpost, dus het staat niet in je winst-en-verliesrekening, maar het geld gaat er wel af. Een bedrijf met € 80.000 winst vóór belasting en € 60.000 aflossing per jaar houdt in cash veel minder over dan het resultaat suggereert. Meer hierover leg je naast de uitleg in EBITDA, EBIT en afschrijvingen.
Rekenvoorbeeld: lineair of annuïtair aflossen
Stel dat je € 100.000 leent tegen 6% rente per jaar, terug te betalen in vijf jaar. Er zijn twee gangbare manieren om dat te doen, en ze beïnvloeden je cashflow anders. De cijfers zijn afgerond en betalingen worden per jaar gerekend om het overzichtelijk te houden. In de praktijk betaal je meestal per maand of kwartaal.
Lineair: vaste aflossing, dalende lasten
Bij lineair aflossen los je elk jaar hetzelfde bedrag af (€ 20.000). De rente wordt berekend over het nog openstaande bedrag en daalt dus mee. De totale betaling is in het begin het hoogst.
| Jaar | Openstaand begin | Rente (6%) | Aflossing | Totale betaling |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 100.000 | € 6.000 | € 20.000 | € 26.000 |
| 2 | € 80.000 | € 4.800 | € 20.000 | € 24.800 |
| 3 | € 60.000 | € 3.600 | € 20.000 | € 23.600 |
Annuïtair: vaste betaling, stijgende aflossing
Bij een annuïteit is de totale betaling elk jaar gelijk (hier ongeveer € 23.740). In het begin bestaat die vooral uit rente, later vooral uit aflossing. Dat maakt je uitgaven voorspelbaar, wat in een begroting handig is.
| Jaar | Openstaand begin | Rente (6%) | Aflossing | Totale betaling |
|---|---|---|---|---|
| 1 | € 100.000 | € 6.000 | € 17.740 | € 23.740 |
| 2 | € 82.260 | € 4.936 | € 18.804 | € 23.740 |
| 3 | € 63.456 | € 3.807 | € 19.932 | € 23.740 |
Lineair is in totaal iets goedkoper, omdat je sneller aflost, maar belast je liquiditeit in de eerste jaren zwaarder. Annuïtair spreidt de lasten gelijkmatiger. Welke vorm past, hangt af van hoe stabiel je kasstroom is. Over rente (opent in een nieuw tabblad) in het algemeen en hoe die wordt berekend vind je meer achtergrond op Wikipedia.
Wat dit voor je begroting betekent
In de exploitatiebegroting neem je alleen de rente op (jaar 1: € 6.000), onder EBIT. De aflossing (€ 17.740 of € 20.000) komt niet in je resultaat, maar wel in je liquiditeitsprognose. Vergeet je dat, dan lijkt je bedrijf rijker dan het is.
Wat betekent afschrijving voor deze investering?
Terug naar de machine van € 50.000. Neem een restwaarde van € 5.000 en een levensduur van vijf jaar aan. De lineaire afschrijving is (50.000 − 5.000) ÷ 5 = € 9.000 per jaar. Dat is lager dan het fiscale maximum van 20% van de aanschafkosten (€ 10.000). De regels en het voorbeeld voor de berekening vind je bij bedrijfsmiddelen afschrijven (opent in een nieuw tabblad).
| Jaar | Afschrijving (resultaat) | Cashuitgave voor de machine | Opmerking |
|---|---|---|---|
| 0 (aankoop) | € 0 | € 50.000 (of aanbetaling plus lening) | Het geld gaat nu weg |
| 1 | € 9.000 | € 0 | Alleen een kostenpost, geen cash |
| 2 | € 9.000 | € 0 | |
| 3 tot 5 | € 9.000 per jaar | € 0 | Na jaar 5 boekwaarde € 5.000 |
Je ziet het typische patroon: de cash gaat in jaar 0 weg, de kosten verdelen zich over vijf jaar. Financier je de machine met een lening, dan wordt de cashuitgave gespreid via de aflossing, maar komt er rente bij. Zo kunnen resultaat en cash jarenlang uit elkaar lopen.
Investeringsaftrek: de KIA
Investeer je in bedrijfsmiddelen, dan kun je in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) (opent in een nieuw tabblad). Daarmee trek je een extra bedrag van je winst af, afhankelijk van het geïnvesteerde bedrag. Wel moet je rekening houden met de desinvesteringsbijtelling: verkoop of schenk je de bedrijfsmiddelen binnen vijf jaar en is de totale waarde meer dan € 2.900, dan moet je een deel van de aftrek terugbetalen.
De bedragen en percentages worden jaarlijks vastgesteld, dus controleer de actuele tabel bij de Belastingdienst. Daarnaast bestaat er voor sommige duurzame investeringen de energie-investeringsaftrek (EIA) (opent in een nieuw tabblad). Of je ervoor in aanmerking komt, hoor je van je accountant.
Zo verwerk je het in je begroting en prognose
- 1Leg elke investering vast in een investeringsstaat: datum, bedrag, levensduur, restwaarde.
- 2Bereken de afschrijving per jaar en zet die op aparte grootboekrekeningen onder afschrijvingen.
- 3Maak voor elke lening een aflossingsschema met rente en aflossing per periode.
- 4Zet de rente op een rekening onder rente en financiering, onder je EBIT.
- 5Zet in de liquiditeitsprognose de investering op de betaaldatum, plus rente en aflossing op de datum waarop ze van de bank gaan.
- 6Controleer of je na aflossing en rente nog boven je minimale kasbuffer blijft.
Een praktische toets is de schuldendienst: komt je operationele kasstroom (grofweg EBITDA minus belasting en investeringen) voldoende boven rente plus aflossing uit? Banken kijken hier vaak naar, en jij zou het ook moeten doen voordat je tekent. Verder vind je in het artikel over werkkapitaal (opent in een nieuw tabblad) en je liquiditeitsratio (opent in een nieuw tabblad) meer achtergrond.
Veelgemaakte fouten
- Aflossing meenemen in je resultaat. Het is geen kostenpost.
- Alleen de rente begroten en de aflossing vergeten in je liquiditeit.
- Afschrijving verwarren met geld dat is uitgegeven.
- Een investering financieren zonder te kijken naar je kasstroom in de eerste twee jaar.
- De btw op een investering vergeten voor te financieren, zie btw voorfinancieren.
- Afschrijvingstermijnen die niet kloppen met de fiscale regels: houd rekening met het maximum van 20% per jaar voor de meeste bedrijfsmiddelen.
Afschrijvingen, rente en financiering op de juiste plek
In de begroting van KasGrip kun je grootboekrekeningen indelen als omzet, kosten, afschrijvingen of rente en financiering, en zie je automatisch EBITDA, EBIT, EBT, CAPEX en netto kasstroom. Bekijk de begroting of meld je aan voor de wachtlijst.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel of fiscaal advies. Rentepercentages, aflossingsvormen en fiscale regelingen verschillen per situatie en veranderen; laat je bij een financieringsaanvraag adviseren door je accountant of een financieel adviseur.

